Oplaadpunten voor bedrijven zijn ontworpen om regelmatig commerciële voertuigen, wagenparken en voertuigen van werknemers op te laden. Af en toe worden de oplaadpunten ook gebruikt door leveranciers, bezoekers of klanten.
Voor de installatie van de oplaadpunten in een commercieel of industrieel gebouw is het raadzaam om een studie uit te voeren voor de implementatie van de punten. Deze analyse wordt uitgevoerd om de kosten van het integreren van elektrische mobiliteitsinfrastructuur te berekenen.
De installatie van de oplaadpunten moet worden uitgevoerd door een erkende installateur. Als de installatie echter een vermogen van meer dan 50 kW (of 10 kW buitenshuis) zal hebben, moet er een project worden ingediend dat is ondertekend door een competente technicus.
De prijs van de oplaadpunten hangt af van de laadsnelheid, de kenmerken van de accessoires, kabels, enz. Ook moet rekening worden gehouden met eventuele noodzakelijke bouwwerkzaamheden. Bedrijven kunnen voor de installatie van de oplaadpunten gebruikmaken van de subsidies van het MOVALT-infrastructuurplan, waarmee tot 60% van de investering kan worden gedekt.
Zijn bedrijven verplicht om oplaadpunten voor elektrische voertuigen te installeren?
Op 30 juni 2015 trad het Koninklijk Besluit 1053/2014 in werking, waarmee een nieuwe Technische Aanvullende Instructie (TAI) BT 52 «Installaties met speciale doeleinden. Infrastructuur voor het opladen van elektrische voertuigen» werd goedgekeurd, van het elektrotechnisch reglement voor laagspanning, en andere technische aanvullende instructies werden gewijzigd.
Dit Koninklijk Besluit werd op 31 december 2014 gepubliceerd in het BOE. Wat betreft apparatuur en materialen, wordt in de genoemde nieuwe technische aanvullende instructie vastgesteld dat oplaadstations met genormaliseerde en technisch veilige aansluitingen moeten worden gebruikt. Bovendien worden via de eerste aanvullende bepaling van het Koninklijk Besluit minimale vereisten voor de structuur voor het opladen van het «elektrische voertuig» in nieuwe gebouwen of parkeerplaatsen en op openbare wegen voorgeschreven, namelijk:
Minimale vereisten vastgesteld in het Koninklijk Besluit 1053/2014, verplicht in nieuwe gebouwen of parkeerplaatsen.
Een gebouw of parkeerplaats wordt als nieuwbouw beschouwd wanneer het bouwproject na de inwerkingtreding, dat wil zeggen na de aanvraag van de vergunning na 30 juni 2015, wordt ingediend bij de bevoegde overheid.
a) Voorinstallatie: In parkeerplaatsen of collectieve parkeerplaatsen in gebouwen met horizontale eigendom, moet een hoofdleiding worden uitgevoerd door gemeenschappelijke zones (via buizen, kanalen, bakken, enz.), zodat het mogelijk is om aftakkingen te maken naar de oplaadstations die zich in de parkeerplaatsen bevinden, zoals beschreven in sectie 3.2 van de (TAI) BT-52.
b) Eén oplaadstation per 40 plaatsen: In parkeerplaatsen of parkeerplaatsen van privévloten, coöperaties of bedrijven, of die van kantoren, voor hun eigen personeel of leden, of gemeentelijke voertuigen. In permanente openbare parkeerplaatsen.
OPMERKING: Het doel en de toepassingsomvang van de TAI BT 52 omvat ook de parkeerplaatsen van eengezinswoningen of van één enkele eigenaar, met de bepalingen en technische specificaties voor de oplaadinfrastructuur van elektrische voertuigen in de genoemde gevallen.
Echter, deze installatie wordt niet als verplicht beschouwd in parkeerplaatsen van eengezinswoningen of van één enkele eigenaar, aangezien het Koninklijk Besluit deze niet omvat. Het wordt begrepen dat de TAI BT 52 de relevante technische gegevens biedt voor projecten die deze omvatten.